Asbestinfo > wat is asbest > wat zegt de wet over asbest > wetteksten

27 DECEMBER 2006. – Programmawet (I). (Asbestfonds, ziektes)

Afdeling 4. – De tegemoetkoming van het Asbestfonds. Art. 120.§ 1. Het Asbestfonds komt tegemoet ten voordele van iedere persoon getroffen door een ziekte die verband houdt met asbest en wiens aanvraag uitmondt op een positieve beslissing.

De tegemoetkoming is een maandelijkse forfaitaire rente. Onder de voorwaarden en volgens de criteria die de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt, wordt de forfaitaire maandelijkse rente voor de in artikel 118, 2° en 3° bedoelde ziekten omgekeerd evenredig met de geleden schade verminderd.

Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt de Koning de bedragen, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning en de betaling van deze rente.

[1 Het Asbestfonds betaalt het aandeel van de met de in het artikel 118 bedoelde ziekte verband houdende kosten voor geneeskundige verzorging terug dat, volgens de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 en na de krachtens deze laatste wet toegekende tegemoetkoming, ten laste is van de persoon die getroffen wordt door deze ziekte voor zover de persoon niet geniet van de terugbetaling van de gezondheidszorgen voor dezelfde aandoening op grond van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, of van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector.

Art. 125.§ 1. Het slachtoffer en zijn rechthebbenden die schadeloos werden gesteld bij toepassing van dit hoofdstuk of van een gelijkaardige buitenlandse wetgeving voor één van de ziekten bedoeld in artikel 118, 1° en 2°, kunnen geen beroep instellen tegen de aansprakelijke derde voor de schade, en dit met inbegrip van zijn eventuele aangestelden of lasthebbers, met als doel een integrale schadeloosstelling daarvoor te verkrijgen voor zover dat deze laatste onder het toepassingsgebied van de uitvoeringsbesluiten van artikel 116, 2° en 3°, valt.

  • 2. In afwijking van § 1, blijft de burgerlijke rechtsvordering mogelijk ten voordele van het slachtoffer of zijn rechthebbenden tegen de aansprakelijke derde wanneer laatstgenoemde de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt.

Iedere derde aansprakelijke die het slachtoffer heeft blijven blootstellen aan het risico van blootstelling aan asbest terwijl een Belgische overheid hem een bevel met betrekking tot asbest of met een weerslag op de blootstelling aan asbest heeft gegeven en waaraan geen gevolg wordt gegeven of waarnaar hij zich niet strikt voegt en dit binnen de vastgestelde termijn, wordt beschouwd als een persoon die de ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt.

Art. 132.

In artikel 6 van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt een 10° ingelast, luidende :

” 10° een tegemoetkoming te betalen aan de slachtoffers van asbest overeenkomstig Titel IV, Hoofdstuk VI, van de programmawet (I) van 27 december 2006 “. 


DELEN

Logo