Asbestinfo > wat is asbest > wat zegt de wet over asbest > wetteksten

9 DECEMBER 1988. – Koninklijk besluit inzake voorkoming en vermindering van verontreiniging van de lucht door asbest.

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

  1. asbest : de volgende vezelachtige silicaten : – crocidoliet (blauw asbest); – actinoliet; – anthofylliet; – chrysotiel (wit asbest); – amosiet (bruin asbest); – tremoliet; 2. Ruw asbest : het product verkregen bij een eerste verbrijzeling van asbesthoudend gesteente;
  2. Gebruik van asbest : werkzaamheden waarbij per jaar een hoeveelheid van meer dan 100 kg ruwe asbest wordt behandeld en die betrekking hebben op :
  3. a) de productie van ruwe asbest uit asbesthoudend gesteente met uitzondering van alle procédés die rechtstreeks verbonden zijn met het winnen van het gesteente, en/of
  4. b) de vervaardiging en industriële afwerking van de volgende producten die ruwe asbest bevatten : asbestcement of asbestcementproducten, asbestfrictiemateriaal, asbestfilters, asbestweefsels, asbestpapier en -karton, dichtings-, verpakkings- en verstevigingsmateriaal van asbest, vloerbedekkingen van asbest, asbesthoudende vulmiddelen;
  5. Bevoegde overheden : de overheden die met het toezicht op de industriële installaties belast zijn.

<Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt artikel 1 aangevuld als volgt : ” 5. Werken met asbesthoudende producten : andere werkzaamheden dan gebruik van asbest, ten gevolge waarvan asbest in het milieu terecht kan komen. ” (BESL 1999-03-04/63, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 09-07-1999)>

Art. 2. § 1. De concentratie van het asbest dat tijdens gebruik van asbest via lozingskanalen in de lucht wordt geëmitteerd, mag de grenswaarde van 0,1 mg/m3 (mg asbest per m3 afvalgas) niet overschrijden.

  • 2. Installaties die in totaal minder dan 5 000 m3/uur afvalgas emitteren kunnen van de in lid 1 bedoelde verplichtingen worden ontheven, indien de uitworp van asbest in de lucht bij normale bedrijfsomstandigheden nooit meer dan 0,5 g/uur bedraagt.

Wanneer deze ontheffing van toepassing is, worden passende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de in de eerste alinea genoemde drempelwaarden niet worden overschreden.

  • 3. Bij het onderzoek van de naleving van de in lid 1 en 2 genoemde grenswaarden, dient de analysemethode te beantwoorden aan de referentiemethode in bijlage van dit besluit of aan een andere methode die gelijkwaardige resultaten geeft.

Art. 3. De bevoegde overheden stellen de Minister die het Leefmilieu in zijn bevoegdheid heeft in kennis van de door hen gebruikte controleprocedures en –

methoden, alsmede van informatie die van belang is om de doelmatigheid hiervan te beoordelen, met het oog op de informatie van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Art. 4. Dit besluit wordt toegepast onverminderd de bepalingen genomen in het kader van de bescherming tegen asbest in het arbeidsmilieu.

Art. 5. De nodige maatregelen worden genomen om zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk 30 juni 1991 te voldoen aan het bepaalde in artikel 2 voor installaties die voor 31 december 1988 zijn gebouwd of waarvoor voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit vergunning is verleend.

Art. 5bis. <Ingevoegd voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij BESL 1999- 03-04/63, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 09-07-1999> Tijdens het werken met asbesthoudende producten moeten de emissies van asbest in de lucht bij de bron verhinderd of beperkt worden met behulp van de aangewezen technische middelen.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag van haar publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Art. 7. Onze Eerste Minister en Onze Staatssecretaris voor Leefmilieu worden belast, ieder wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.


DELEN

Logo