Asbestinfo > wat is asbest > wat zegt de wet over asbest > wetteksten

27 AUGUSTUS 2008. – Omzendbrief LNE/2008/1.

Artikel M. 1. Situering. 2.1. Wetgeving.

Algemeen. Conform artikel 4.7.0.1 en 6.4.0.1 van VLAREM II moet men bij het omgaan met asbest de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat :

– tijdens het vervoer, het laden en het lossen van afvalstoffen die asbestvezels of asbeststof bevatten, deze vezels en stof niet vrijkomen in de lucht en geen vloeistoffen worden verloren die asbestvezels kunnen bevatten;

– afvalstoffen die asbestvezels of -stof bevatten, zodanig worden behandeld, verpakt of, met inachtneming van de plaatselijke omstandigheden, afgedekt zijn, dat er geen asbestdeeltjes in het milieu terechtkomen;

– activiteiten die verbonden zijn aan het werken met asbest bevattende producten, geen noemenswaardige milieuverontreiniging door asbestvezels of – stof veroorzaken.

Asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, zijn als gevaarlijke afvalstof ingedeeld (bijlage 1.2.1.B van het VLAREA – afvalstoffencode 170605). asbest is een kankerverwekkende stof (door het International Agency for Research on Cancer ingedeeld in groep 1 : kankerverwekkend voor de mens) en moet dan ook omwille van de arbeidsveiligheid en milieuzorg zorgvuldig worden benaderd.

Asbestcementhoudende afvalstoffen moeten gescheiden worden aangeboden en afzonderlijk worden gehouden bij de ophaling of inzameling (artikel 5.2.2.1, § 1, van het VLAREA).

Alle afvalverwerkende inrichtingen houden een afvalstoffenregister bij. Indien van toepassing, omvat dit register ook een vermelding dat aangevoerde afvalstoffen werden geweigerd en de reden van deze weigering (artikel 6.2.4, § 1, 7°, van het VLAREA).

VLAREM II bepaalt dat het ingezamelde asbestcementafval of andere asbesthoudende afval waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, gescheiden van de rest van het bouw- en sloopafval moet worden opgeslagen. Er mag geen enkele bewerking, andere dan het sorteren, op het asbesthoudend afval worden uitgevoerd. Alle nodige maatregelen moeten genomen worden om verspreiding van asbestvezels te voorkomen (artikel 5.2.2.4.3 van VLAREM II).

Verder bepaalt artikel 5.2.2.4.1, § 1, van VLAREM II dat in de inrichting voor het opslaan en behandelen van ongevaarlijke afvalstoffen de volgende vaste afvalstoffen mogen worden verwerkt, voor zover uitdrukkelijk vermeld in de milieuvergunning : 5. bouw- en sloopafval met inbegrip van asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is.

2.2. Bijkomende afspraken. Op sorteercentra kan men, tenzij anders bepaald in de milieuvergunning, alleen asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, aanvaarden.

Soms wordt de aanwezigheid van asbestcementafval of andere asbesthoudende

bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, pas vastgesteld op het moment dat de desbetreffende container met bouw- en sloopafval wordt leeggemaakt (hier spreekt men dus over een non-conformiteit). Om problemen van deze aard te vermijden, moet in eerste instantie in de stap vóór de aanvaarding ingegrepen worden, namelijk bij de producent van de afvalstoffen. Daarom moet bij het ter beschikking stellen van de container voor bouw- en sloopafval door de dienstverlener duidelijk gecommuniceerd worden aan de gebruiker van de container/producent van het afval dat asbestcementafval of andere asbesthoudende bouwmaterialen waarin asbest in gebonden vorm aanwezig is, niet los (zonder bigbag) bij het bouw- en sloopafval mag worden aangeleverd.

Wanneer dergelijk asbestafval mogelijk aanwezig is, wordt aan de gebruiker van de container/producent van het afval afhankelijk van de hoeveelheid van de afvalstoffen een afsluitbare kleine, middelgrote of container-bigbag of een afsluitbare platenzak ter beschikking gesteld. De gebruiker plaatst het asbesthoudend afval in de bigbag zodat het asbesthoudend afval bij aankomst op het sorteercentrum gemakkelijk detecteerbaar is.

Besluit van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest), maar dit wordt wel aanbevolen;

– indien de container afval met vrij asbest bevat, verwijst het sorteercentrum de klant door naar een vergunde verwerker van vrij asbest (met name een vergunde solidificatie-inrichting of, indien cementering technisch niet mogelijk is, een categorie 1-stortplaats vergund voor het aanvaarden van vrij asbest). Het sorteercentrum vermeldt de coördinaten van de klant en de gegevens van de geweigerde vracht in het afvalstoffenregister;

– aan klanten met geweigerde ladingen wordt een geschikte afsluitbare verpakking ter beschikking gesteld;

– kleine hoeveelheden vrij asbest die sporadisch op de exploitatiezetel tussen het andere afval worden aangetroffen (bijv. een asbestkoord van een kachel), worden door de exploitant in een hiervoor geschikte gesloten recipiënt geborgen in afwachting van afvoer door een erkende overbrenger naar een vergunde verwerker.

Naast VLAREM en VLAREA moet men rekening houden met het koninklijk besluit van 16 maart 2006 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest(Belgisch Staatsblad 23 maart 2006).

– deze werknemers krijgen opleiding en informatie (artikelen 37 en 38, koninklijk besluit 16 maart 2006). Dit mag intern binnen het bedrijf gegeven worden, maar moet wel neergeschreven zijn. Dit wordt ook jaarlijks herhaald. Het gaat over algemene informatie in verband met asbest herkennen, gezondheid en dergelijke en specifieke informatie i.v.m. de concrete toepassing op de werkplaats (instructies).

3.2. Voorschriften code van goede praktijk. De sorteercentra leven volgende principes na : – asbesthoudend afval wordt alleen aanvaard indien het asbest hechtgebonden is, indien het afval deugdelijk verpakt is en indien het afval niet gemengd is met ander afval;

– het asbesthoudend afval wordt niet gebroken;


DELEN

Logo