Asbestinfo > wat is asbest > wat zegt de wet over asbest > wetteksten

16 SEPTEMBER 2003. – Provinciale verordening inzake afkoppeling van hemelwater afkomstig van dakvlakken.

Art. 4. § 2. De installatie dient aan de volgende voorwaarden te voldoen :

Het nieuwe dakoppervlak dient in de hemelwaterput af te wateren. In het geval de uitbreiding een oppervlakte van de helft of meer van de bestaande oppervlakte bezit dient de hele bestaande verharde oppervlakte mee af te wateren. In het geval de uitbreiding een oppervlakte van minder dan de helft van de bestaande oppervlakte bezit dient een gedeelte van de bestaande verharde dakoppervlakte mee af te wateren. De afmeting van de af te wateren bestaande verharde oppervlakte bedraagt in dit geval minstens eenmaal die van de nieuwe verharde oppervlakte. Voor gebouwen in gesloten bebouwing kan volstaan worden met de dakvlakken waarvoor geen afleiding van het hemelwater door de binnenruimten is vereist. Bestaande dakvlakken uit asbest worden niet in rekening gebracht en mogen niet afgekoppeld worden. De inhoud van de hemelwaterput is in overeenstemming met het af te wateren gedeelte van de dakoppervlakte. De minimale tankinhoud bedraagt 50 l per m2 dakoppervlakte, afgerond naar het hogere duizendtal, met een minimum van 3000 liter.

De hemelwaterinstallatie dient onafhankelijk van de drinkwaterinstallatie te functioneren. Verbindingen zelfs via mengkranen, gesloten afsluitkranen, keerkleppen of wegneembare aansluitstukken zijn verboden. De hemelwaterinstallatie kan worden uitgerust met een bijvulsysteem geplaatst conform de gangbare technische voorschriften. Hiertoe dient in een bijvulsysteem met onderbreking voorzien te worden, ofwel een afzonderlijk leidingencircuit voor hemelwater en drinkwater.

Het hergebruik van het gecapteerde water is verplicht voor een minimale aansluiting van één aftappunt.

De overstort van de hemelwaterput dient te verlopen via een infiltratievoorziening volgens de bepalingen van artikel 5, § 3, § 4, § 5, § 6.

De installatie kan gecombineerd worden met de opvang van hemelwater afkomstig van verharde oppervlaktes. De dimensionering dient dan aangepast te worden aan de optelsom van de dakvlakken en verharde oppervlaktes

Art. 5. § 6. In afwijking op § 1 en § 2 dient het hemelwater bij af te wateren dakoppervlaktes groter dan 200 m2, met uitsluiting van de dakgedeeltes bekleed met metaal (zink, koper, lood) en/of asbest, niet worden geïnfiltreerd in één van onderstaande gevallen:

Indien het doorlatend vermogen van de ondergrond te klein is. Wanneer op 5 % van de terreinoppervlakte niet meer dan 1/3de van het afgevoerde hemelwater kan worden geïnfiltreerd, wordt het doorlatend vermogen van de ondergrond te klein geacht.

Indien zich op het terrein een beschermd monument bevindt in het kader van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten.

Indien de aanvrager aantoont dat infiltratie onmogelijk is wegens veelvuldig voorkomende hoge grondwaterstanden.


DELEN

Logo