Asbestinfo > wat is asbest > wat zegt de wet over asbest > wetteksten

16 Mei 2014 – wijziging besluiten ivm leefmilieu over handeling afval met asbest – Besluit Vlaamse

16 MEI 2014. – Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu, wat betreft een aanpassing aan de evolutie van de techniek en aan de CLP-verordening

Art. 134.

Aan artikel 5.2.4.1.10, §1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2006 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

In het geval, vermeld in het eerste lid, 3°, kan dat alleen met naleving van de volgende voorwaarden:

1° a) afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten mogen pas worden gestort als de afvalstoffen zodanig worden behandeld dat er geen asbestdeeltjes in het milieu kunnen terechtkomen. Daarvoor worden de afvalstoffen gecementeerd zodat de aanwezige asbestvezels in een matrix worden ingekapseld. Het asbestafval moet homogeen in het gecementeerd materiaal verspreid zijn. De in het gecementeerde materiaal aanwezige asbestvlokken of brokstukken mogen maximaal 1 cm groot zijn. Het gecementeerd materiaal wordt verpakt in een stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering;

  1. b) verpakkings-l en plasticafval dat verontreinigd is met asbest, wordt samengeperst met een dichtheid van minstens 400 kg/m3. Het samengeperste materiaal wordt verpakt in een stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering;
  2. c) niet-vershredderbaar materiaal dat met asbest of asbesthoudend materiaal bedekt of bekleed is, wordt verpakt in een dubbelwandige stofdichte plasticverpakking met de nodige asbestetikettering.

2° asbesthoudende afvalstoffen worden zo behandeld en gestort dat er geen asbestvezels of asbeststof kunnen vrijkomen in de lucht en geen vloeistoffen worden verloren die asbestvezels of asbeststof kunnen bevatten. De met het oog op het storten noodzakelijke voorbehandelingen worden in een daarvoor geschikte inrichting uitgevoerd.

3° de evaluatiemethodiek voor asbesthoudende afvalstoffen en de vezelvrijstellingstest zijn opgenomen in het CMA/2/II/C.1..

Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.10, § 1, 3°, van titel II van het VLAREM.

Volgens dit artikel kunnen de volgende gevaarlijke asbesthoudende afvalstoffen gestort worden op een categorie 1-stortplaats:

– afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten zoals spuitasbest, asbestisolatiemateriaal, asbeststof met inbegrip van bodemmaterialen en andere afvalstoffen verontreinigd met vrije asbestvezels in concentraties > 0,1 Gew % of waarin duidelijk asbestvlokken waarneembaar zijn;

– verpakkingsafval en plastiekafval dat met asbest verontreinigd is; – niet vershredderbaar materiaal zoals metalen onderdelen dat met asbest of asbesthoudend materiaal bedekt of bekleed is. Onder niet vershredderbaar materiaal wordt verstaan materiaal waarbij met toepassing van de best beschikbare technieken het asbestgedeelte niet of zeer moeilijk kan gescheiden worden van het dragermateriaal;

– onder asbesthoudende afvalstoffen worden tevens begrepen: afvalstoffen geheel of gedeeltelijk bestaande uit keramische vezels met gelijkaardige carcinogene eigenschappen;

– afvalstoffen bestaande uit asbesthoudende bouwmaterialen waarbij asbestvezels in gebonden vorm aanwezig zijn.

Van 1995 tot 2006 werden in voormeld artikel de volgende voorschriften inzake criteria voor het aanvaarden van asbesthoudend afval mee opgelegd:

” – afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten mogen slechts worden gestort voor zover de afvalstoffen zodanig worden behandeld dat er geen asbestdeeltjes in het milieu kunnen terecht komen. Daartoe worden de afvalstoffen gecementeerd zodat de aanwezige asbestvezels in een matrix worden ingekapseld. Het asbestafval dient homogeen in het gecementeerd materiaal verspreid te zijn. De in het gecementeerde materiaal aanwezige asbestvlokken of brokstukken mogen maximaal 1 cm groot zijn. Het gecementeerd materiaal wordt verpakt in een stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering;

– verpakkingsafval en plastiekafval verontreinigd met asbest dient te worden samengeperst (dichtheid min. 400 kg/mü). Het samengeperst materiaal wordt verpakt in een stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering; – niet vershredderbaar materiaal dat met asbest of asbesthoudend materiaal bedekt of bekleed is wordt verpakt in een dubbelwandige stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering.

Het behandelen en storten van asbesthoudende afvalstoffen gebeurt zodat geen asbestvezels of asbeststof kunnen vrijkomen in de lucht en geen vloeistoffen worden verloren die asbestvezels of asbeststof kunnen bevatten. De met het oog op het storten noodzakelijke voorbehandelingen gebeuren in een daartoe geschikte inrichting.”

Ten gevolge van de implementatie van de Europese beschikking 2003/33 van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen werd in 2006 voormelde bijkomende bepalingen (voorschriften) echter geschrapt in titel II van het VLAREM.


DELEN

Logo