Asbestinfo > Wat is asbest?

Wat zegt de wet over asbest?

Wetteksten raadplegen

Belangrijkste data

1978: eerste Koninklijk Besluit die het gebruik van crocidoliet (blauwe asbest) sterk aan banden legt. Dit KB bepaalt de maximale concentraties waaraan werknemers mogen worden blootgesteld.

1986: tweede Koninklijk Besluit dat de procedures vastlegt voor de medische keuring van werknemers die met asbest in aanraking kwamen.

1995: bedrijven werden verplicht een asbestinventaris op te maken. Als er sprake is van asbest in een bedrijf, moet er ook een beheersprogramma worden opgesteld.

2001: algemeen verbod op het produceren, gebruiken en op de markt brengen van alle toepassingen van asbest.

2006: Koninklijk Besluit betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest.

2007: Koninklijk Besluit betreffende de erkenning en certificering van gespecialiseerde, erkende asbestverwijderbedrijven.

Handhaving

Lokaal niveau

In het kader van de bescherming van de werknemers werden er regels opgesteld over de omgang met asbesthoudende materialen. Deze verplichtingen gelden voor alle werkgevers die één of meerdere werknemers tewerkstellen in eigen gebouwen of op een externe werf. De Externe directies Toezicht op het Welzijn op het Werk (arbeidsinspectie) treden op als handhaver. Deze beschermende arbeidswetgeving geldt niet voor particulieren maar evenmin voor professionele zelfstandigen die alleen werken. Zij vallen onder de gewestelijke milieuwetgeving in Vlaanderen.

De bevoegdheid om op te treden bij schendingen van de wetgeving begaan door niet-ingedeelde inrichtingen (bv. bij particulieren) rond onregelmatige afbraak van asbesthoudende materialen en verboden handelingen zoals het reinigen onder hoge druk ligt bij de lokale overheden:

  • de gemeentelijke toezichthouders;
  • de toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen;
  • de toezichthouders van politiezones.

Elke gemeente moet sinds 1 mei 2010 een beroep kunnen doen op minstens één milieutoezichthouder (art. 16, § 1, al. 1 van het Milieuhandhavingsbesluit). Het Milieuhandhavingsdecreet vermeldt de verschillende instrumenten die lokale toezichthouders kunnen inzetten om op te treden bij milieu-inbreuken, milieumisdrijven of bij veiligheidsmaatregelen.

Deze toezichthouders beschikken over verschillende instrumenten om op te treden bij schendingen zoals raadgeving, aanmaningen, het opleggen van bestuurlijke maatregelen, het nemen van veiligheidsmaatregelen of het opstellen van een proces-verbaal.

Nieuwe Gemeentewet (2007)

De Nieuwe Gemeentewet laat ook de burgemeester toe om op basis van eigen vaststellingen, of deze van de lokale toezichthouders, alle maatregelen op te leggen om gevaar voor veiligheid en gezondheid te voorkomen. Omdat uiteenlopende situaties de openbare veiligheid en gezondheid kunnen bedreigen, kan de inhoud van een besluit van de burgemeester sterk variëren. De burgemeester kan elke maatregel nemen die geschikt is om het gevaar te weren. Voorbeelden van maatregelen zijn een toegangsverbod, ontruiming, opruiming, ontsmettingsmaatregelen, wegnemen van gevaarlijke toestellen, etc.

Vlaams niveau

In de Vlaamse wetgeving is vooral Vlarem (Vlaams reglement houdende bepalingen inzake milieuhygiëne) van belang. Meer specifiek komt in Vlarem II asbest in verschillende hoofdstukken aan bod.

Asbest in de hoofdstukken 4.7 en 6.4:

§2. De volgende asbesthoudende toepassingen kunnen zelf worden verwijderd voor zover deze via eenvoudige handelingen (bvb. vlot losschroeven) kunnen worden weggenomen:

  • 1° hechtgebonden asbest die niet beschadigd is of waarbij er geen vrije vezels zichtbaar zijn en waarbij verwijdering geen aanleiding geeft tot een wijziging van de toestand;
  • 2°  hechtgebonden asbest die beschadigd is of waarbij er vrije vezels zichtbaar zijn en die verwerkt is in een buitentoepassing waarbij geen derden aanwezig zijn, voor zover de verwijdering geen aanleiding geeft tot een wijziging van de toestand;
  • 3°  asbesthoudende koorden, dichtingen of pakkingen, remvoeringen en analoge materialen.

Andere toepassingen mogen alleen verwijderd worden door gespecialiseerde bedrijven.

§3 Bij de sloop en verwijdering van asbesthoudend materiaal als vermeld in §2, 1°, 2° en 3°, moet vezel verspreiding en blootstelling van personen aan asbestvezels verhinderd worden door de volgende maatregelen te nemen:

  • 1°  bevochtigen of xeren van het materiaal;
  • 2°  de elementen één voor één verwijderen, bij voorkeur manueel, gebruik makend van handwerktuigen of in laatste instantie traagdraaiendgereedschap;
  • 3°  de materialen niet gooien;
  • 4°  de materialen niet breken;
  • 5°  de materialen  opslaan in gesloten verpakking.

 

Bij de werkzaamheden mogen geen minderjarigen aanwezig zijn.

Voor persoonlijke bescherming tegen blootstelling wordt gebruik gemaakt van een stofmasker type FFP3 of gelijkwaardig stofmasker.

§4. De asbesthoudende toepassingen worden afzonderlijk opgeslagen en niet gemengd met het andere sloopafval;

§5. Het gebruik van mechanische werktuigen met grote snelheid (schuurschijven, slijpmachines, boormachines, e.d.), hogewater drukreinigers en luchtcompressoren, voor het bewerken, snijden of schoonmaken van objecten of ondergronden in asbesthoudend materiaal, objecten of ondergronden bekleed met asbesthoudend materiaal of voor het verwijderen van asbest is verboden.

Asbestincidenten

Onder asbestincidenten verstaan we alle onzorgvuldige handelingen met asbestmaterialen of het nalaten van de juiste handelingen met asbestmaterialen waardoor potentiële of actuele blootstellingsrisico’s ontstaan voor mens en omgeving. Al deze zaken zijn verboden door de milieuwetgeving.

Voorbeelden van asbestincidenten:

  • het plaatsen van zonnepanelen of overzetdaken op asbestdaken
  • het (machinaal) breken, slijpen, gooien, niet gescheiden inzamelen en verspreiden van asbestafval op en rond het terrein …
  • het vergraven, nivelleren van bodem of puin verontreinigd met asbesthoudend materiaal
  • het aanbrengen van partijen gebroken bouwpuin, gerecycleerde granulaten met asbesthoudend materiaal (bv. voor fundering, verharding, opvullen putten …)
  • het aanbrengen van uitgegraven grond met asbesthoudend materiaal voor aan- of opvullen van een terrein
  • het ontmossen of reinigen van asbestdaken met hogedrukreiniger, door afborstelen, schuren, … waardoor asbestdeeltjes via mos, spoelwater of stof op bron- en buurpercelen terechtkomen
  • het achterlaten van verweerde, beschadigde golfplaten, rondslingerende stukken asbesthoudende dak of gevelbekleding, hergebruik van asbesthoudend plaatmateriaal als afdekking of afboording
  • het nalaten van de sanering van de gevolgschade of het onzorgvuldig handelen na de bluswerken op en rondom de brandsite

De cruciale elementen voor een adequate en succesvolle handhaving op asbestincidenten zijn:

  • herkenning van asbesthoudende materialen door de melder (burger) en toezichthouder
  • kennis van de juiste omgang met asbesthoudende materialen door de melder (burger) en de toezichthouder
  • kennis van de juiste wetgevende artikels als basis voor vaststelling of PV door de toezichthouder als start van milieuhandhaving
  • kennis van de toepasselijke maatregelen die kunnen worden opgelegd of moeten worden uitgevoerd

DELEN

Logo